De witte, weidse wildernis

Finland

Met een grote glimlach houdt Chris onhandig zijn lange ski’s vast. ‘Ja Ted, dit kan ik wel!’
Ik moet denken aan de beroemde uitspraak van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ En toch klopt dat hier niet helemaal. Acht jaar geleden stond Chris al eens op langlauflatten, en dat was één grote ramp. Zijn benen bewogen wel, maar hij kwam geen centimeter vooruit. Het was net een non-stop slapstick. We deden toen uren over tweehonderd meter.

En dus wil ik, voordat de andere gasten wakker zijn, testen of zijn dunne benen zich 10 jaar later anders gedragen op deze lange, Finse mountain ski’s. Want morgen gaan we met de hele groep twee dagen de witte, weidse wildernis in. Op skis, terwijl we een zware slee met al onze spullen voorttrekken. Moeilijk genoeg als je een beetje kunt skiën. Onmogelijk als je zoals Chris niet kan glijden.

Natuurlijk maak me zorgen om niks. Chris blijft lachen en volgt me trouw terwijl hij juicht als hij bergafwaarts een beetje vaart maakt. Of ik er maar even een video van wil maken voor mama, zodat ze kan zien wat hij allemaal kan! En zo pakken we samen de grote, rode slee in voor het onbekende avontuur. ‘Zeven persoonlijke items mogen in de slee,’ vertel ik de gasten. Voor Chris is dat duidelijk. Keurig legt hij binnen vijf minuten de zeven spullen naast elkaar: extra sokken, tandenborstel, extra dunne trui, hutslippers, slaapzak, powerbank (‘Oh Ted, wat is dat?’), en een schone onderbroek. Hij checkt nog even of zijn blitse, gestreepte pyjama echt thuis moet blijven, en lost het zelf op door te zeggen: “In de hut slaap ik voor een keer in mijn thermokleren.” Met pijn in hun hart laten de andere gasten hun make-up, haardroger en conditioner thuis.

Met pijn in hun hart laten de andere gasten hun make-up, haardroger en conditioner thuis.

Stoer en zenuwachtig staat de groep de volgende ochtend keurig om acht uur klaar. De sledes worden om ons middel geklikt, de skins om mee omhoog te lopen onder de ski’s geplakt en de stokken op maat gemaakt. Het oogt allemaal zeer professioneel totdat we het vallen en opstaan gaan oefenen. Zelfredzaamheid is tijdens de tocht essentieel, omdat ik met mijn eigen zware slee niet zomaar iedereen kan helpen.

Onwennig laat ook Chris zich ‘spontaan’ vallen in de witte, zachte poedersneeuw. Eerst uiterst voorzichtig, dan met steeds meer speelsheid en in de meest onmogelijke posities. Elke keer staat hij na een paar minuten weer keurig op zijn twee ski’s, zijn nieuwe muts wit van alle sneeuw. “Tadaah,” juicht hij omdat het erbij hoort. We zijn klaar voor het echte werk!

Meteen gaat de route steil omhoog, en als trouwe buddy duwt Chris met zijn stok achter op mijn slee om me te helpen dit logge gevaarte naar de top te slepen. Ik had hem uitgelegd dat dit teamwork heel belangrijk is, en dus voel ik zijn stok meteen duwen als het pad ook maar iets omhoog helt! Alle andere buddies hebben genoeg aan zichzelf en lijken hun maatjes compleet te zijn vergeten. Ik bof maar met zo’n broer!

Boven aangekomen kronkelt de lange afdaling als een prachtige uitdaging onder ons door het witte landschap. Stoer draait Chris zijn ski’s bergaf om met vallen en opstaan – en heel veel trots – beneden te komen. Alweer stralen zijn ogen, en ik geniet met volle teugen met hem mee. Het is bijzonder hoe in de wildernis alle verschillen tussen mensen weg lijken te vallen. Iedereen zorgt voor elkaar, valt en staat weer op, ziet af en bewondert. Er wordt geput uit een doorzettingsvermogen dat in ons dagelijks leven niet vaak meer wordt aangesproken. Een kwetsbaarheid die niet verborgen kan worden door terug te vallen op bekende structuren en patronen. Natuurelementen worden weer echt gevoeld, zonder dat we er voor binnen blijven. Waar Chris door onze maatschappij bijzonder wordt gevonden, valt hier het ‘anders zijn’ volledig weg. Moeder natuur maakt geen enkel onderscheid. De kou, de zware slee en de steile berg zijn voor iedereen gelijk. Hier is alles anders. Alles nieuw en zo puur.

Chris is hier helemaal in zijn element. Hij graaft een tafel en bank in de sneeuw, nog voordat de rest van de groep hun ski’s uit heeft kunnen doen. Geeft een hand aan iemand die valt. Haalt een stok die de helling afglijdt. Bewondert de dikke laag sneeuw in de bomen, de snelle wolken in de lucht, en de prachtige zon. Als een kameleon past hij zich aan aan deze harde omgeving. Met volledige acceptatie en verwondering over alles wat op zijn pad komt. En terwijl we in de verte rendieren zien, skiën we over een magisch wit meer naar de knusse, houten hut – die hij natuurlijk als eerste had gezien! Hier, afgelegen van alles en iedereen, vinden we samen de rust die we zo hard nodig hebben maar zo vaak vergeten te nemen. De serene stilte omhult ons paradijs, met als enige geluid een bijl die systematisch door hout splijt. Chris hakt hout voor ons allemaal.

Na een heerlijke nacht pakken we opnieuw in voor een tocht over de hoge fjells. Dat doen we niet vaak, want het weer is meestal te guur om over de hoge bergplateaus te traverseren. En ondanks dat de zon haar best doet, blaast de wind ons bijna omver. Eten is moeilijk. Stilstaan te koud. Alles moet snel en efficiënt – en dat is lastig voor Chris, die heel zenuwachtig wordt als dingen niet rustig kunnen gaan. Zijn jas wil niet over zijn arm heen, de handschoen vliegt weg in de wind, en zijn mueslireep is bevroren. De groep ziet zijn worsteling en vormt, zonder iets te hoeven zeggen, een cirkel om hem heen. Daar staat hij dan, uit de wind, gedragen door iedereen, volledig deel van onze groep. We wachten geduldig tot hij de laatste hap van zijn bevroren eten heeft doorgeslikt. ‘Dankjewel allemaal,’ zegt Chris uit de grond van zijn hart. Dan skiet hij dapper verder, de warmere vallei weer in.